Ik wil dat alles in mijn oefening perfect gaat

Brabant barst van het talent. Jermain Grünberg (20) is daar het levende bewijs van. Hij zit sinds twee jaar in het topsportprogramma van TeamNL en heeft dat heilige doel voor ogen: de Olympische Spelen van 2024 in Parijs halen. In gesprek met de Tilburger die nu in Den Bosch woont, op een paar minuten van zijn turnzaal. ‘Ik kijk uit naar de turners op de brug in Tokyo. Ik wil zien hoe zij presteren zodat ik weet waar ik mezelf tussen kan zetten.’

Zijn oma, moeder, zus, tante, oom, nichtjes en neefjes turnen – alleen zijn vader niet. Heel verwonderlijk is het dus niet dat Jermain Grünberg aan de hand van zijn familie mee de turnzaal inging. Al snel is die zaal zijn tweede thuis; hij raakte er gefascineerd door de vele toestellen. ‘Als kind kon ik er mijn energie kwijt en doen wat ik zelf wilde; als ik geen zin had in de ringen dan ging ik op de rekken zwaaien’, blikt hij terug. Al in 2008 verliet Jermain Tilburg voor Den Bosch, waar hij zich bij vereniging Flik-Flak aansloot. Inmiddels woont hij op enkele minuten van deze turnzaal, die ook een van de vier locaties is waar de turners van TeamNL trainen. ‘Ik ben blij dat ik nog altijd dicht bij mijn familie woon. Ik ben een echte Tilburger: ik kijk elk jaar uit naar de kermis, loop er graag door de stad en ben een Willem II-supporter.’

Allrounder
In Den Bosch is Jermain de enige allrounder en hij heeft als specialiteit de brug. ‘Dat ik de enige allrounder in de zaal ben, vind ik soms wel lastig; dan lijkt het alsof ik op de training heel veel moet doen ten opzichte van anderen, omdat ik ook die andere toestellen moet trainen.’ Sinds kort trainen alle allrounders uit Nederland dan ook een keer in de week samen, waarbij ze wisselen van locatie. ‘Samen met hen trainen, is belangrijk voor mij. Ik voel dan een extra motivatie.’ In totaal komt hij uit op zo’n vijf tot zes uur training per dag. En dat zes dagen per week. ‘Mijn dag ziet er behoorlijk saai uit’, zegt hij met een lach. ‘En elke dag is eigenlijk wel hetzelfde. Dat hoort er nu eenmaal bij.’ Ja, hij heeft wel het gevoel dat hij offers brengt. ‘Maar met die offers ben ik het eens. Als vrienden een feestje hebben en ik moet trainen de volgende ochtend dan kom ik niet. Ik wil fit zijn. Ik kan af en toe wel vrij vragen, maar ik sta wel in de zaal om de Spelen te halen.’ Jermain is namelijk in het topsportprogramma opgenomen dat als doel heeft Parijs te halen in 2024. Meer dan een stip aan de horizon is het echter nog niet; daarvoor zijn de Nederlandse turners te veel afhankelijk van de concurrentie.

‘Ik weet dat de concurrentie heel goed aan het worden is dus ook wij zullen met zijn allen alles moeten geven. De rest moeten we loslaten; het is nu nog gokken of we uiteindelijk bij die groep gaan horen. Ik leef dan ook bij de dag en haal er alles uit wat erin zit.’

Turnen en voetbal
Toch is hij niet alléén maar met turnen bezig. ‘Alleen maar die stress van turnen en trainen, wat een zware sport is, dat zou niet goed zijn. Het is sowieso mentaal best pittig omdat er maar korte periodes zijn dat je helemaal fit bent. Bijna altijd heb je wel ergens last van.’ Hij gaat daarom ook niet naar school; volgend jaar hoopt hij voor de laatste paar vakken te slagen waardoor hij zijn havodiploma kan binnenhalen. ‘Ik weet niet zo goed wat ik wil doen later, dus ik kies er nu voor om me volledig op turnen te focussen.’ Ontspanning vindt hij bij zijn vrienden, familie én bij het voetbal. Naast Willem II-supporter is hij fan van Real Madrid. ‘Turnen en voetbal zijn de enige twee sporten die ik kijk. Maar, als ik straks in een andere sport een Nederlander in de finale zie staan van de Olympische Spelen ga ik er natuurlijk wel voor zitten. Met elke Nederlandse sporter voel ik me toch verbonden.’ Hij is vooral nieuwsgierig naar de prestaties van de turners in Tokyo op de brug. ‘Er zijn heel veel turners heel goed op de brug; de concurrentie is er enorm. Ik wil zien hoe zij presteren en waar ik mezelf tussen kan zetten. Dan kan ik zien waar ik nu sta.’ Daarnaast kijkt hij uit naar de prestaties van Epke Zonderland en Bart Deurlo, beide rekspecialisten. ‘Qua moeilijkheidsgraad kunnen zij winnen.’ Zelf is hij bezig met het zogenaamde Baumann-element, een element met een erg hoge moeilijkheidsgraad op de brug met gelijke leggers. ‘Die werd een paar jaar geleden voor het eerst in een wedstrijd geturnd en ik was op zoek naar een nieuw element om mijn oefening aan te sterken. Ik kwam die tegen op Instagram en de hangelementen – waar ik goed in ben – zijn heel veel waard. Ik had hem heel snel onder controle waardoor ik veel progressie in mijn oefening heb geboekt. Ik ben nu nóg meer gemotiveerd geraakt.’

Frustrerend
Samen met zijn coach Marcel Kleuskens heeft hij een stappenplan uitgestippeld. Op het WK moet hij er staan nu hij het EK miste met een afgescheurde enkelband. ‘Het EK van volgend jaar is de eerste plaatsingswedstrijd voor de Olympische Spelen, daar wil ik dan ook met de ervaring van een WK staan om te kunnen presteren.’ Druk voelt hij nog niet. ‘Omdat ik nog geen teamwedstrijden heb geturnd, dus ik voel vooral de druk die ik mezelf opleg. Ik wil dat alles in mijn oefening perfect gaat, wat natuurlijk nooit haalbaar is. Dat is weleens frustrerend.’ Maar het brengt hem óók op een heel hoog niveau om zo zijn droom na te jagen. ‘Op de Olympische Spelen staan en winnen op de brug.’

Den Bosch is een verzamelpunt voor groot talent
Marcel Kleuskens is hoofdtrainer van de turners van het TeamNL centrum in Den Bosch, waar de sporters vanaf 12 jaar al een fulltimeprogramma in gaan. Dat betekent dat ze al op jonge leeftijd volop met hun sport bezig zijn: zes dagen per week wordt er getraind met een opbouw van 18 naar 24 uur per week. Hoe komt dat eigenlijk, dat turners al zo vroeg moeten beginnen om de top te kunnen halen? ‘De turnsport is heel divers en zit zowel motorisch als cognitief en op gebied van coördinatie lastig in elkaar’, zegt Marcel. ‘Op jonge leeftijd leer je gemakkelijker vaardigheden aan; wanneer je dingen voor je puberteit nooit gedaan hebt, is het moeilijker om die nog aan te leren. Op heel jonge leeftijd is een turner bovendien nog licht en klein waardoor we die gemakkelijk kunnen begeleiden en scholen. We willen ook alle tijd nemen zodat we ook rustige periodes kunnen inlassen. Turnen is fysiek heel zwaar.’ Den Bosch is al lange tijd een verzamelpunt voor groot talent. Dat is door de jaren heen door een samenloop van omstandigheden haast vanzelf zo ontstaan. Nadat in 2008 een nieuw gebouw werd neergezet, maakte dat de locatie als topsportcentrum interessant voor de turnbond. ‘Ook hadden we met grote namen zoals Yuri van Gelder, Jeffrey Wammes en bondscoach Bram van Bokhoven een aantrekkingskracht voor andere turners. Dat maakte dat hier al een bolwerk zat dus het was een logische keuze van de KNGU om dit als centrum aan te wijzen.’